|
Aanpak fraude kinderopvangtoeslag
Het aantal uren waarvoor kinderopvangtoeslag wordt aangevraagd moet meer in overeenstemming gebracht worden met het aantal uren dat ouders nodig hebben om te kunnen werken. Uitgangspunt hierbij is het aantal gewerkte uren van de minst werkende partner. Dit schrijft Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mede namens staatssecretaris Weekers van Financiën in een brief aan de Tweede Kamer.
Arbeidsparticipatie
"Het doel van de kinderopvangtoeslag is om de arbeidsparticipatie te vergroten. Het is onnodig en onwenselijk dat toeslag wordt verleend voor uren die niet gerelateerd kunnen worden aan gewerkte uren," aldus Kamp. De huidige vergoedingssystematiek in de kinderopvangtoeslag maakt het mogelijk om grote bedragen aan te vragen. Zeker bij aanvragers met lage inkomens en een groter aantal kinderen.
Aanscherpen
"Hoewel deze relatief hoge vergoedingen ouders beter in staat stellen om werk en de zorg voor kinderen te combineren, maken zij de kinderopvangtoeslag ook kwetsbaar voor fraude en oneigenlijk gebruik. Daarom is het van belang de regeling aan te scherpen," aldus Kamp.
Koppeling gewerkte uren
De Belastingdienst heeft een uitvoeringstoets voor de koppeling tussen het aantal uren voor toeslag en het het aantal gewerkte uren. Mede op basis van deze uitvoeringstoets wordt het recht op het aantal uren kinderopvangtoeslag beperkt tot het aantal gewerkte uren van de minst werkende partner, vermeerderd met 40% voor kinderen tot 4 jaar (dagopvang); in totaal dus 140% van het aantal gewerkte uren.
Schoolgaande kinderen Voor schoolgaande kinderen vanaf 4 jaar (buitenschoolse opvang) wordt het recht beperkt tot de helft daarvan, namelijk 70% van het aantal gewerkte uren. Deze kinderen maken immers minder uren gebruik van kinderopvang omdat zij ook naar school gaan. Bij beide percentages is rekening gehouden met onder andere reistijd. In geval van werkloosheid wordt een overgangstermijn van 3 maanden gehanteerd waarin toeslagaanvragers het recht op kinderopvangtoeslag behouden.
Terugwerkende kracht
Om fraude bij een aanvraag met terugwerkende kracht uit te sluiten, wordt de mogelijkheid om kinderopvangtoeslag met terugwerkende kracht aan te vragen nagenoeg afgeschaft. Alleen kosten die gemaakt zijn vanaf één maand vóór de datum van aanvraag komen nog in aanmerking.
Werk naast gastouderschap
Binnen de gastouderopvang zijn gevallen bekend waarbij ouders zonder werk elkaars gastouder worden en daarvoor kinderopvangtoeslag ontvangen. Om deze vorm van oneigenlijk gebruik van kinderopvangtoeslag tegen te gaan, kunnen gastouders die geen andere inkomsten hebben dan inkomsten uit gastouderopvang geen gebruik meer maken van kinderopvangtoeslag.
Gegevensuitwisseling
Ook vraagt een effectieve aanpak van fraude en oneigenlijk gebruik om een goede samenwerking binnen de toeslagketen van Belastingdienst, Inspectie van het Onderwijs, GGD-en en gemeenten. De signaleringsfunctie in deze keten is van groot belang. De Wet kinderopvang biedt nu al de mogelijkheid tot gegevensuitwisseling. De informatie-uitwisseling kan echter worden verbeterd door het proces te standaardiseren en afspraken te maken over wanneer welke maatregelen worden genomen.
Boete
Ten slotte moeten overtredingen van de wet- en regelgeving worden gesanctioneerd waarbij de sanctie een afschrikkend effect moet hebben. De boete op fraude met de kinderopvangtoeslag wordt maximaal 100% van het fraudebedrag. Daarnaast krijgt de betrokkene vijf jaar geen kinderopvangtoeslag meer indien opnieuw wordt gefraudeerd.
Maatregelen
De aangekondigde maatregelen zullen trapsgewijs vanaf nu tot 2013 worden ingevoerd, afhankelijk van de benodigde voorbereiding van wetgeving en uitvoering.
|